Tijdens mijn jeugd was ik gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog en las ik daarover verschillende boeken. Het dagboek van Anne Frank mocht natuurlijk niet ontbreken. Of misschien was het net zelfs haar dagboek dat mijn interesse in de Tweede Wereldoorlog heeft opgewekt. Van mijn moeder kreeg ik haar oorspronkelijke exemplaar uit 1967 (39ste druk).
Toen mijn dochter Lena en ik een citytrip naar Amsterdam planden, wist ik meteen dat een bezoek aan het Anne Frank Huis absoluut op de agenda moest staan. Mijn dochter twijfelde even, beïnvloed door een kennis die het enkele jaren geleden bezocht had en niet zo interessant vond. Maar ik liet er geen twijfel over bestaan: we zouden gaan. Ongeveer 30 jaar geleden ben ik al eens in Amsterdam geweest en een bezoek aan het Anne Frank Huis is er toen (vreemd genoeg) niet van gekomen.
Inleidend programma
Het Anne Frank Huis betreden doe je niet meer via de originele ingang aan de Prinsengracht. De museumingang bevindt zich tegenwoordig om de hoek, in een modern nieuw complex dat speciaal voor het museum is opgetrokken. We hebben ervoor gekozen om het inleidende programma te volgen, wat een juiste keuze blijkt te zijn. Voor ons bezoek worden we naar een aparte ruimte geleid, waar een tijdlijn met foto’s tegen de muur hangt en een replica van het dagboek wordt tentoongesteld.
De gids begint haar verhaal door te informeren wie uit onze groep het dagboek gelezen heeft. Slechts enkele handen gaan de lucht in. Ik ben oprecht verbaasd dat er zo weinig bezoekers het dagboek gelezen hebben. We zitten hier tenslotte uitsluitend met Nederlanders en enkele Vlamingen. De gids geeft een beknopt overzicht van het leven van Anne Frank en haar familie. Ze vertelt hoe ze in 1933 vanuit Duitsland naar Nederland gevlucht zijn, in de hoop dat ze daar veilig zouden zijn. Ook beschrijft ze de steeds strengere maatregelen tegen Joden, totdat de familie uiteindelijk besluit om onder te duiken. Om de achterblijvers op een dwaalspoor te zetten, lieten ze het lijken alsof ze naar Zwitserland waren gevlucht.
De gids vertelt over het leven in het Achterhuis en de belangrijke rol van de helpers. Ze schetst hoe het voor Anne, als dertienjarig meisje, moet geweest zijn om daar ondergedoken te leven. Op zich hoor ik weinig nieuwe informatie aangezien ik mij goed voorbereid heb door vrij recent de graphic novel Het Achterhuis te lezen en de film Mijn beste vriendin Anne Frank te bekijken. Ook de website van de Anne Frank Stichting is een grote bron aan informatie gebleken. Maar de gids vertelt het allemaal op een zeer aangename en boeiende manier waardoor deze inleiding zeker nog een meerwaarde biedt.
Ik steek toch nog iets nieuws op: ze legt uit dat het Nederlandse leger ten tijde van de Duitse inval in zeer erbarmelijke staat verkeerde en illustreert dit met een foto van soldaten op de fiets. Het duurde dan ook maar vier dagen voordat Nederland capituleerde. Tot slot wijst ze ons erop dat we vanuit het lokaal uitzicht hebben op de achtergevel van het Achterhuis en het raam waarachter Annes kamer schuilgaat.
Museum
Doordat we het inleidend programma hebben gevolgd, vermijden we de grote drukte van een specifiek tijdslot bij het betreden van het museum. Onderweg worden we geïnformeerd via infoborden, videofragmenten en een audiogids. Hoewel de audiogids vaak herhaalt wat we eerder tijdens het inleidende programma hebben gehoord, stoort dat me helemaal niet. Na het doorlopen van enkele ruimtes komen we aan bij de kantoorruimtes van Miep Gies en de andere
helpers. Ik vind het aangenaam dat het
overal zo rustig is en neem dan ook de tijd om de audiogids in alle rust te beluisteren. Na een tijdje merk ik echter dat we worden ingehaald door de volgende groep
bezoekers. Het blijkt een groep luidruchtige Duitstalige jongeren te zijn die op schooluitstap
zijn. Tevergeefs hoor ik de leerkracht de leerlingen de hele tijd aan te manen tot stilte. Uiteindelijk staan we bij de bekende boekenkast aan te schuiven, met dus een rij rumoerige jongeren vlak achter ons.
Schoolbezoek
De confrontatie met deze ogenschijnlijk onverschillige leerlingen zet me aan het denken over het nut of de zinloosheid van het verplicht meenemen van scholieren naar oorlogsmusea of monumenten. Ik vind het enorm belangrijk dat jongeren leren over deze tragische geschiedenis en er kennis mee maken. Maar hier wordt pijnlijk duidelijk dat je oprechte interesse of respect niet kunt afdwingen. Ik wil graag geloven dat niet alle leerlingen even onverschillig zijn, dat er enkelen oprecht geïnteresseerd zijn, maar dit misschien niet durven tonen onder groepsdruk. Uiteraard weet ik niet welke voorbereidingen voorafgaand aan dit bezoek zijn getroffen. Voor ons persoonlijk is het op dat moment echter behoorlijk frustrerend om te zien dat ze daar schijnbaar tegen hun zin staan en daarmee de serene sfeer verstoren die we daarvoor wel konden ervaren.Het Achterhuis
Wanneer we achter de boekenkast verdwijnen, zijn we even verlost van de drukte. We lopen door een smalle gang en komen uit in de kamer van Otto, Edith en Margot Frank. Nog voor we goed en wel om ons heen kunnen kijken, staat de
klas alweer bij ons in dezelfde ruimte. Ik
besluit mijn pas wat in te houden, zodat ze ons kunnen passeren. Mijn dochter is zich ondertussen mateloos aan
het ergeren, dus ik maan haar aan om hetzelfde te doen. De klas passeert ons, maar daarna komen er andere bezoekers, die gelukkig iets rustiger zijn. De rustige sfeer waarin we de
kantoorruimtes konden bezichtigen, lijkt nu wel voorgoed voorbij.
De volgende kamer is die van Anne, die ze deelde met de tandarts Fritz. Het is er vrij donker, omdat de ramen verduisterd zijn, net zoals het voor de onderduikers was. Tegen de muren hangen de foto’s die Anne heeft achtergelaten (of misschien is dit nagebootst). Er staan geen meubels, omdat deze door de nazi's werden weggehaald nadat de onderduikers waren afgevoerd. Otto wilde later niet dat er opnieuw meubels werden geplaatst.
Vervolgens komen we in de badkamer, en daarna beklimmen we de steile trap naar de keuken, die ’s avonds
werd omgebouwd tot slaapkamer voor de ouders van Peter. Tot slot bezoeken we Peters kamer, met de trap naar de
zolder, de plek waar Anne haar eerste kus kreeg van Peter.
Na het verlaten van het Achterhuis komen we in de volgende zalen, waar videofragmenten worden getoond: korte maar pakkende interviews met vrouwen die de concentratiekampen overleefd hebben, zoals Hannah Goslar. Daarna volgen interviews met de helpers en met Otto Frank.
Pennekinderen
In de dagboekzaal ten slotte wordt het originele dagboek tentoongesteld, samen met enkele schriften van de jonge onderduikster. Het originele dagboek is een rood geruit exemplaar dat Anne voor haar verjaardag in 1942 kreeg, enkele weken voor ze onderdook. Ze schrijft in dit dagboek tot december 1942. Daarna schrijft ze verder in schriften. De schriften van 1943 zijn niet bewaard gebleven, maar die van 1944 wel. In 1944 heeft Anne een oproep gehoord op de radio van de minister om belangrijke documenten te bewaren. Dat brengt haar op het idee om een boek te schrijven over haar tijd in de schuilplaats, aangezien ze er al langer van droomt om schrijfster te worden. In mei 1944 begint ze met het herschrijven van een groot deel van haar dagboek, dat ze de titel Het Achterhuis geeft. Daarnaast schrijft Anne ook korte verhaaltjes in een speciaal schrift, die ze zelf haar Pennekinderen noemt. Net dit jaar heeft de Anne Frank Stichting het boek Pennekinderen. Verhaaltjes en gebeurtenissen uit het Achterhuis uitgebracht.Het boek omvat sprookjes die Anne heeft geschreven, verhaaltjes over haar schooltijd en dagboekfragmenten. Elk verhaaltje is prachtig geïllustreerd met bijdragen van 46 illustratoren uit de hele wereld. Uit Annes geschriften blijkt namelijk dat ze het spijtig vond dat ze zelf niet zo mooi kon tekenen. Dezelfde illustraties worden in de laatste ruimte tentoongesteld en gebruikt in een geprojecteerde animatie. Helaas is de luidruchtige groep leerlingen ondertussen ook in deze ruimte aangekomen en hebben ze alle stoelen ingenomen om gezellig met elkaar te praten. We besluiten dan eerst naar de maquette van het Achterhuis te kijken, die werd gebouwd met inspraak van Otto Frank. Zo krijgen we een idee van hoe de kamers eruitzagen toen ze nog bemeubeld waren. Na een tijdje blijken de leerlingen eindelijk te vertrekken, zodat we alsnog in alle rust kunnen genieten van de prachtige geprojecteerde illustraties.
Tot slot brengen we nog een bezoek aan de museumshop. Het zal ondertussen wel duidelijk zijn dat we niet konden weerstaan aan het wondermooie boek Pennekinderen. Als we even later terug op straat staan en onze indrukken nog aan het verwerken zijn, passeren we, bij wijze van afsluiting, langs de oorspronkelijke deur van het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht 263 en het Anne Frank Monument op de nabijgelegen Westermarkt.













Dag Cindy
BeantwoordenVerwijderenWe delen duidelijk een grote interesse in de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog, een thema waarin ik me ook graag verdiep. Het is dan ook een onderwerp dat vanuit talloze perspectieven belicht kan worden en waar je altijd weer nieuwe inzichten in kunt ontdekken. Hoewel het verhaal van Anne me diep ontroert, moet ik met enige schaamte bekennen dat ook ik haar dagboek nog nooit heb gelezen. Al is dat niet zo verrassend, aangezien ik mezelf niet bepaald als een boekenwurm zou omschrijven. Podcasts, documentaires, films en ook bezoeken aan het Fort Breendonk, de Dossinkazerne en zelfs Auschwitz passeerden daarentegen wel de revue.
In 2010 trok ik, vergezeld door mijn ouders, eveneens naar het Achterhuis nadat ik erover had geleerd op school. Ik wilde het verhaal van mijn toenmalige leeftijdsgenoot van dichtbij ervaren. Een bezoek dat een grote indruk op me maakte en waarna ik achteraf toch even van moest slikken.
Wat me vooral is bijgebleven, is de grote houten kast die de smalle trap verborg en eveneens de oude zolderkamer met de vele foto’s van het gezin Frank. Ook de sfeer die er hing herinner ik me nog goed: een ijzige stilte die mijn haren overeind deed staan. De aanwezigheid van de vele toeristen verdween op dat moment volledig naar de achtergrond. Jammer om te horen dat jouw ervaring anders was. De setting roept immers om respect, en dat zou je toch mogen verwachten – of op zijn minst hopen – van de bezoekers.
Je zorgvuldige en gedetailleerde omschrijvingen van je bezoek laten duidelijk zien dat ook jouw hoge verwachtingen werden ingelost. Hopelijk heeft je dochter een vergelijkbare ervaring gehad en was ze, ondanks de storende Duitse groep, toch blij dat ze is meegegaan. Dank je wel voor het aanraden van het dagboek en het boek ‘Pennekinderen’. Ondanks mijn boekenschuwheid, wordt het misschien hoog tijd om ze toch eens aan te schaffen. Wordt vervolgd!
Dag Maxime
VerwijderenBedankt voor je reactie. Fort Breendonk en Kazerne Dossin heb ik ook al bezocht, maar Auschwitz nog niet. Dat ligt natuurlijk niet bij de deur, maar het is zeker een plek die ik overweeg om ooit te bezoeken.
Wat mij vooral opviel in jouw reactie, is dat jullie nog op de zolderkamer zijn geweest. Die lijkt tegenwoordig niet meer toegankelijk te zijn. Ik had eigenlijk ook verwacht dat we op zolder zouden komen, maar op een gegeven moment besefte ik dat we het Achterhuis al volledig hadden verlaten en inmiddels weer in het museum stonden.
Ook de vele foto's van het gezin Frank worden spijtig genoeg niet meer tentoongesteld. Een museum moet natuurlijk blijven vernieuwen, wat onvermijdelijk gepaard gaat met het maken van keuzes.
Groetjes
Cindy
Dag Cindy, (en Maxime)
BeantwoordenVerwijderenIk heb enkele jaren geleden Het Achterhuis van Anne Frank gelezen. Anne Frank beschrijft in het dagboek haar persoonlijke gedachten, gevoelens en observaties, terwijl ze met haar familie en vier anderen ondergedoken leeft in het verborgen gedeelte van het huis, dat zij het ‘Achterhuis’ noemde. Wat opvalt aan het boek is eigenlijk de banaliteit ervan.
Ik noem het banaal, omdat het eigenlijk niet meer is dan een dagboek van een tienermeisje dat ondergedoken leeft. De zwaarte van het verhaal komt natuurlijk van de omstandigheden errond, die wij als lezer allemaal kennen, zoals de Duitse bezetting en de Holocaust. Ook hoe abrupt het dagboek eindigt, is verschrikkelijk aangrijpend. Anne Frank stierf samen met haar zuster Margot aan tyfus, in het concentratiekamp Bergen-Belsen, amper enkele maanden voor dit kamp bevrijd werd door Britse troepen.
Ik heb ooit Amsterdam bezocht met mijn middelbare school, maar jammer genoeg is het toen niet gelukt om het Achterhuis te bezoeken. De volgende keer dat ik Amsterdam bezoek, staat het Achterhuis alleszins bovenaan mijn to-do lijstje. Ook ik heb een bijzondere interesse in de Tweede Wereldoorlog. Mijn overgrootvader werd opgeëist door de Duitsers om te gaan werken in een werkkamp. Na de oorlog keerde hij terug, doodziek. Hij is de ontberingen uit het kamp nooit te boven gekomen en overleed amper 5 jaar na de oorlog. Mijn grootvader, zijn zoon, heeft er een levenslang trauma en een levenslange haat voor al wat Duits is aan overgehouden. Hij was 10 jaar oud bij de bevrijding van Lier en vertelde honderduit over de oorlog. Ik ben van plan om zijn vertelsels neer te schrijven in mijn cultuurportfolio, in het volgende semester. Ik wil hier nog afsluiten met te zeggen dat mijn grootvader benadrukte dat er bij de Wehrmacht ook ‘goeie jongens’ waren, die door de omstandigheden gedwongen werden om ons land te bezetten. Dit vergat hij wel als de emoties weer eens de bovenhand namen, wanneer hij terugdacht aan de helletocht die zijn geliefde vader had moeten doorstaan.
Groeten,
Brent
Dag Brent
VerwijderenToch nog iemand die het dagboek ook gelezen heeft! Ik zou het echter zeker niet banaal durven noemen. Niet alleen vanwege de omstandigheden waarin het geschreven is, maar vooral ook door Annes schrijftalent. Op de website van Literatuurgeschiedenis wordt ze geloofd om haar groot talent.
Na ons bezoek aan het Achterhuis heb ik de documentaire ’Anne Frank: de laatste 7 maanden’ gekeken. In deze documentaire vertellen enkele vrouwen die Anne nog in de concentratiekampen hebben gezien, sommigen zelfs tot in Bergen-Belsen vlak voor haar dood. Het is niet enkel de vlektyfus die haar het leven gekost heeft, maar ook de vele ontberingen en de ontmenselijking in de concentratiekampen. Anne en Margot zaten in het deel van Bergen-Belsen waar de omstandigheden onvoorstelbaar wreed waren.
Ik las op jouw blog ook al over je grootvader en overgrootvader, en hun traumatische ervaringen tijdens de oorlog. Zulke persoonlijke verhalen van je eigen familie zullen wel een diepe indruk achterlaten. Ik ben zeer benieuwd om hun verhalen binnenkort op jouw cultuurportfolio te lezen.
Als het gaat over de innerlijke strijd die mensen ervaarden tijdens de oorlog, en de dunne grens tussen goed en kwaad, kan ik je zeker de film ’Wil’ aanraden, of het boek ‘De donkere kamer van Damokles’ van W.F. Hermans. Beide zijn intrigerende verhalen die tot nadenken stemmen.
Groetjes,
Cindy